Skip To Main Content

Biomarkers bij Astma: Vroege Interventie met Precisiegeneeskunde1

9 op de 10 patiënten met ernstig astma hebben een onderliggende type 2‑ontsteking.2,* Deze ziekteprogressie kan mogelijk worden voorkomen door een vroege, gerichte behandeling van de ontsteking.3

Het belang van tijdige, gerichte interventie bij T2‑astma2

Vroege behandeling van type 2‑astma met biologische therapieën:

Ontdek wat Prof. Alberto Papi zegt over het belang van vroegtijdige interventie

Type 2‑biomarkers als voorspellende tools voor het inschatten van astma‑aanvallen

eos-feno

Type 2‑ontsteking kan worden geïdentificeerd aan de hand van twee onafhankelijke en complementaire biomarkers:

 

  • Eosinofielen in het bloed (EOS), en
  • Verhoogde fractionele uitgeademde stikstofmonoxidewaarden (FeNO)1

FeNO en eosinofielen in het bloed zijn meer dan louter diagnostische markers: ze fungeren ook als voorspellende indicatoren voor ziekteprogressie en behandelingsrespons4,5.
Patiënten met een verhoogd risico op exacerbaties kunnen reeds in een vroeg stadium worden geïdentificeerd aan de hand van deze twee biomarkers1.

risk-astma-attack1
risk-astma-attack2

Wist u dat?

Gelijktijdig verhoogde EOS‑ en FeNO‑waarden gaan gepaard met een tweevoudig verhoogd risico op ernstige astma‑exacerbaties.1

Gerichte behandeling van astma met biologische geneesmiddelen2

Waar orale corticosteroïden (OCS) zich voornamelijk richten op symptoomcontrole, remmen biologische geneesmiddelen specifiek de sleutelkytokines die betrokken zijn bij het ontstekingsproces (bv. IL‑4 en IL‑13).6,7 In combinatie met biomarkers maakt dit een gepersonaliseerde aanpak van behandeling en opvolging mogelijk.8,9 Belangrijk is dat biologische geneesmiddelen niet alleen de symptomen kunnen verminderen, maar mogelijk ook het ziekteverloop kunnen beïnvloeden.2

Voordelen van biologische geneesmiddelen:

Leer meer over sleutelkytokines in de heldere uitlegvideo van prof. Lipworth

Hoewel OCS vaak worden ingezet bij astma, gaan ze gepaard met een slechtere ziektecontrole, meer exacerbaties en hogere morbiditeit en mortaliteit.8,11 Zelfs korte kuren kunnen al belangrijke bijwerkingen veroorzaken op zowel korte als lange termijn, met een duidelijke dosis‑responsrelatie.4

Wis u dat?

93% van de type 2‑astmapatiënten op OCS krijgt te maken met minstens één bijwerking.13

 

Bijwerkingen van kortdurend gebruik van orale corticosteroïden (OCS)13

Bijwerkingen van langdurig gebruik van orale corticosteroïden (OCS)13

brain

Psychische effecten

  • Slaapstoornissen
physical

Lichamelijke effecten

  • Verhoogd risico op infecties
  • Verhoogd risico op fracturen
  • Verhoogd risico op trombo-embolie
brain

Psychische effecten

  • Depressie
  • Angst
  • Duizeligheid
  • Psychose
physical

Lichamelijke effecten

  • Gewichtsveranderingen
  • Osteoporose
  • Hyperglykemie
  • Peptisch ulcuslijden
  • Cataract
  • Diabetes
  • Hypertensie

De eerste OCS‑kuur is een eerste signaal om te evalueren op type 2‑astma4,14-16

De GINA‑richtlijn beveelt een vroege start van behandeling met biologische geneesmiddelen aan bij astmapatiënten met de volgende kenmerken van type 2‑ontsteking:4

Belangrijk om te vermelden is dat onderhoudsbehandeling met OCS (mOCS) deze biomarkers kan onderdrukken, wat de detectie bemoeilijkt. Daarom wordt aanbevolen om biomarkerbepalingen tot drie keer te herhalen, bij voorkeur 1–2 weken na het stopzetten van OCS of bij de laagst mogelijke OCS‑dosis.4,5

Daarnaast beveelt de GINA‑richtlijn aan:4

  • Proactieve fenotypering op basis van biomarkeranalyse
  • Vroege start van biologische geneesmiddelen vóór het ontstaan van OCS‑afhankelijkheid
  • Systematische afbouw van OCS bij patiënten op onderhoudstherapie
  • Regelmatige monitoring en optimalisatie van de behandeling

Kernboodschap

Vroege evaluatie van EOS‑ en FeNO‑biomarkers en gerichte behandeling van type 2‑ontsteking met biologische geneesmiddelen kunnen het verloop van astma bij uw patiënten gunstig beïnvloeden.

 

Afkortingen:

Related pages

MAT-BE-2600609-1.0-22/05/2026